Tag Archive for 'Thoughts'

Je weet wat kan en niet kan. Je weet wat mag en niet mag. Wat je wil doen, doe je niet. Zonder er echt bij na te denken. Tot er plots nieuwe mensen zijn, nieuwe situaties. Waar je van geniet, tot op het bot. Uit liefde. Soms is die zwak, andere keren is die intens. En plots denk je: dit mag niet, dit kan niet.
Maar toch doe je het. Waarom? Omdat je het kan.
En toch doe je het niet. Waarom niet? Omdat het niet mag.

Wanna do more

(waiting for superman)

Ik hou van code schrijven. Programmeren zeggen sommigen ertegen, maar daar ben ik niet zo goed in. Ik pruts maar wat, schrijf wat neer en hoop mijn doel te bereiken. Liefst met wat design-werk erbij and I’m a happy camper.

Onlangs zat ik in de Adobe offices voor de Adobe Max Agency Afterglow. Ik zag een uberleuk filmpje over meneer Flash en meneer HTML5 (als iemand de link heeft naar dit filmpje, let me know), ik zag leuke magazine-projecten voor de uiterst hatelijke iPad (wel, niet de iPad zelf, maar de meeste mensen die hem bezitten kunnen gewoon niet stoppen met erover te pochen – in mijn omgeving dan..), en ik kreeg een walm van inspiratie over me heen als het ging over mobile development. Het gaf me weer een boost om terug naar de tekentafel te gaan, waarna ik hopelijk terug wat kan programmeren.

Maar, beste mensen, ik krijg altijd zo’n inspiratieboost als ik het superdruk heb, dus wat gaat er nu gebeuren? Ik ga naar de tekentafel, werk heel m’n project uit op papier, maar ik krijg het niet in digitale versie. En zo heb ik hier wel 100-en projecten liggen. Wel, om eerlijk te zijn, een hele blauwe Moleskine Volant large vol. Misschien wordt het eens tijd dat ik iets in m’n leven opgeef, enkel en alleen om aan persoonlijke projecten te werken. Of! Ik kan elke dag gewoon een uurtje later gaan slapen en dat uurtje gebruiken om wat te werken aan dat blauwe boekje. Maar dan hoor je me binnen de kortste keren weer zeuren over slaaptekort. En dat willen we nu ook weer niet he..

Begrijp me niet mis, ik hou van zo’n momenten, waar je niets anders wil doen dat blijven werken tot iets af is. Waar je hoofd op hol slaat bij elke nieuwe gedachtengang. Waar de nieuwe ideeën maar blijven komen. Waar je lekker op café gaat, een koffie besteld, uit het raam kijkt naar de mensen en ondertussen dat blauwe boekje tot de laatste pagina volschrijft. Ik hou ervan.

Of ik van hem kon zijn.

Of ik al een nieuw lief had, vroeg hij me. Via mail, want we zijn nog steeds niet klaar om weer op ons vertrouwde plekje af te spreken. We zien elkaar nog altijd op zakelijk niveau, zoals we elkaar hebben leren kennen, maar gelukkig hebben we vanaf het begin afgesproken dat we nooit privé met werk gaan mengen. Gelukkig maar.

Ik vond zijn vraag nogal dubbel, om eerlijk te zijn. Verwachtte hij nu dat ik direct onze relatie zou vergeten? Alsof het niets was? Of was hij zelf al iemand anders tegen gekomen en kon hij zo weten of ik klaar was om het te weten te komen. Maar tegelijkertijd was dit ook waar alles om draaide. Het grote break-up gesprek.

Of ik zijn lief wou zijn. Alleen het zijne. Nu had ik al een aantal serieuzere relaties achter de rug, maar telkens weer was ik aan die vraag ontsnapt. Exclusiviteit was voor mij een woord wat enkel gebruikt wordt als het om BV’s en magazines gaat. Of ik exclusief wou zijn. Eigenlijk niet. Ik ben een jong veulentje dat de wereld nog niet heb gezien, antwoordde ik. Ik wil weten wat ik zou kunnen missen. Hij had het al genoeg gedaan en gezien, dat gefladder van de ene naar de andere. Hij wou rust. Samen thuiskomen van het werk, lekker naar de cinema gaan en gewoon op café zitten. Ook met vrienden, maar als het op de liefde aankwam, wilde hij het vanaf nu maar met 1 iemand doen. Met mij dus.

We hebben er lang over gepraat, we wilden elkaar niet loslaten, maar uiteindelijk zou ik het nog niet kunnen. Ik zit in mijn laatste jaar school, ben net begonnen met werken en dan zou ik een vaste relatie moeten aangaan? Ik kon het wel proberen natuurlijk. Gewoon one-on-one. The good old days. Maar wat als ik dan plots toch fun had met een ander? Dan deed ik hem enkel maar pijn. En om erover te liegen, dat zag ik niet zitten. Niet bij hem. Wij waren anders. Wij waren wij. Maar nu even niet meer. Hij gaat de rust opzoeken, ik fladder nog even verder. Tot we allebei rust nodig hebben, en hopelijk heeft hij de zijne dan nog niet gevonden. Hopelijk.